Toen ik mijn lief net kende, ruilde hij mijn roepnaam al snel in voor een koosnaampje.
“Schat, geef je het zout even aan?”
Het klonk lief. Tot ik ontdekte dat hij iedere vrouw in zijn leven schat noemde.
Daar werd het toch minder persoonlijk van.
“Waar zullen we beginnen?” vraagt Nina.
Een week na haar vreemde droom lopen we tussen de wierook en edelstenen. Ik laat mijn blik door de hal dwalen. Een jonge vrouw zit met gesloten ogen tegenover een magnetiseur, die geconcentreerd met zijn handen boven haar schouders beweegt. We lopen verder en passeren een man die een pendel boven een schaaltje water houdt.
“Ik weet het niet hoor. Eerst koffie?
Nina kijkt me aan. “We zijn hier voor onze dromen.”
“Ja, maar mijn gevoel zegt eerst koffie. En mijn gevoel heeft altijd gelijk.”
Buiten staan de zomerbloeiers in hun potten te rillen in de regen. De wind doet zijn best om mijn balkon alvast richting herfst te blazen. Van zomer naar winter in sneltreinvaart.
Ik staar naar buiten wanneer Nina binnenkomt.
“Je hoeft vanavond niet te koken. Ik neem je mee uit eten.”
“O, waar gaan we heen?”
Mijn lief glimlacht. “Dat zie je wel, nieuwsgierig aagje.”
Hij heeft me vaker verrast met een etentje. Eén keer was dat wel heel letterlijk op niveau.
In de wachtkamer van de oogarts zitten twee vrouwen te giechelen. Dat valt op. De rest kijkt alsof lachen hier verboden is. Ik kan wel wat afleiding gebruiken en ga naast ze zitten. Zodra ik mijn billen op de plastic stoel laat zakken, is het stil.
“Ollie! Ollie! Wacht nou!”
Bij de naam Ollie verwacht ik een grote man. Zo’n gezellige dikkerd met een rood hoofd en een buikje waar je een biertje op kunt zetten. Als ik achteromkijk, zie ik een vrouw die tevergeefs een labradoodle van flink formaat in bedwang probeert te houden. Ollie heeft duidelijk andere plannen. Hij trekt aan de riem alsof er aan de overkant van de straat een gratis buffet klaarstaat. Zijn baasje zet alles op alles om hem tegen te houden.
“Zeg schat, wil jij dat flesje op het aanrecht even meenemen?”
“Dat groene flesje?” vraagt mijn lief.
“Ja, dat je vanmiddag bij je had. Dat was toch nog niet leeg?”
Plotseling verbreekt Nina de stilte: "Heb je dat ook gezien?"
"Wat?"
"Een wild zwijn langs de weg!"
"Schoenen uit," zegt Nina opgewekt.
Ik kijk naar het bospad.
"Serieus?"
Nina knikt.
"Je weet zeker dat dit ontspannend is?"
"Absoluut."
Ik kijk naar het bospad alsof Nina zojuist heeft voorgesteld om op blote voeten over Lego te lopen.
“Gaat het, mevrouw?”
Een man buigt zich over me heen.
"Ja... volgens mij wel."
Bloed druppelt van mijn kin en uit mijn oor op mijn hagelwitte T-shirt. In mijn linkerbroekspijp verschijnt een rode vlek.
Verdikkeme. Dat shirt was nieuw.
Naast me ligt de boosdoener: de stalen buis van een bussluis. Zonder één schrammetje.
"Ik bel een ambulance."
“Gaat het?”
“Nee.”
Daar bleef het bij. Het bagagerek kraakte onder de koffers die hij erop probeerde te stapelen. Achter hem stonden de dubbele balkondeuren open. De rivier de Arc klaterde vrolijk voorbij. Ons hotel deed een stuk minder zijn best. De laatste renovatie had plaatsgevonden toen cassettebandjes nog modern waren.
In mijn hoofd buitelen de vragen over elkaar, ik spreek ze niet uit. Mijn ogen glijden over een rek vol folders: Laat nierpatiënten overleven, Je nieren zijn je leven. De stem van mijn zus trekt me terug naar de werkelijkheid. Eén woord tolt als een mantra door de spreekkamer: niertransplantatie.
Vroeger keek ik zonder blikken of blozen naar detectives waarin de meest gruwelijke moorden werden opgelost. Dokter Nikki Alexander legde in Silent Witness een vrouwenhart op de weegschaal: “Two hundred and fifty grams.” Daarna volgden longen, maag en darmen. Met een scalpel sneed ze alles open en legde het onder de microscoop. Terwijl zij zocht naar kogels, gif of resten van het laatste avondmaal, zat ik op de bank rustig een bakje borrelnootjes weg te knabbelen. Geen centje pijn. Ik keek ongestoord verder.
"Nog vijf dagen en dan hup, naar Schiphol. Drie weken spaghetti, pizza en mocktails."
Nina glundert. Ik kijk haar met gezonde jaloezie aan. Zij zit al half in Italië, ik sta nog in de keuken. Wat zou ik graag meegaan, slenteren door de straten van Firenze.
"Hou toch op!"
Ver na middernacht prikken de oranje cijfers van de wekker in mijn ogen. Ik rol van rechts naar links. Van links naar rechts. Precies onder mijn slaapkamerraam besluit een kikker dat de liefde niet kan wachten.
Ik rol weer terug. De kikker houdt vol.
“Je hebt er toch niet wéér een meegenomen?”
De woorden vallen harder in de wachtkamer dan bedoeld. Tegenover me zit een vrouw van een jaar of zestig. Naast haar een dochter die verdacht veel op haar lijkt, maar dan met een telefoon in plaats van een handtas op schoot.
“I have a dream!”
De woorden stuiteren door de metrowagon. Hoofden komen los van schermen. Een jongen in een trainingspak leunt achterover en schreeuwt tegen zijn telefoon.
“Martin Luther King, bro. Ken je die?”
Aan de andere kant van de lijn volgt waarschijnlijk stilte.
De jongen praat door. Over respect. Over elkaar accepteren. Over niet meteen oordelen op uiterlijk. Zijn stem prikt, als een wijzende vinger.
“Kun je je baas niet even roepen?”
De motorkap geeft een zachte tik bij het openspringen. De man — beige bodywarmer, zonnebril op het hoofd ondanks de regen — kijkt niet naar mij maar de garage in. Op zoek naar een man met gezag. Of een snor.
Een opruimbui meldt zich bij mij altijd ruim vóór de koffie: midden in de nacht. Dan lig ik in bed en bedenk ineens dat ik eindelijk die kast eens moet aanpakken. Niet morgen. Nu. In gedachten sorteer ik alvast stapels, gooi rigoureus weg en bouw opbergsystemen waar Marie Kondo van zou gaan hyperventileren. Tegen de tijd dat buiten de zon opkomt, heb ik alles perfect op orde gebracht. Ik draai me nog eens tevreden om en denk: straks begin ik echt.
“Stop! Dat is voor leer.”
De schoenenverkoper grijpt me half in paniek weg bij de elektrische schoenpoetser.
Te laat. Onder de ronddraaiende borstels hangt wat ooit een suède laars was. Nu bungelt er iets dat eruitziet als een geschoren cavia. Midden op de neus gaapt een kale plek ter grootte van een euromunt.

