"Schoenen uit," zegt Nina opgewekt.
Ik kijk naar het bospad.
"Serieus?"
Nina knikt.
"Je weet zeker dat dit ontspannend is?"
"Absoluut."
Ik kijk naar het bospad alsof Nina zojuist heeft voorgesteld om op blote voeten over Lego te lopen.
De eerste meters gaan verrassend goed. Zand. Mos. Een verdwaalde grasspriet. Misschien hebben die blotevoetenmensen toch gelijk.
Dat duurt niet lang.
Eikels.
Takken.
Dennenappels.
En als bonus een leeg petflesje, een ijswikkel en iets waar ik liever niet over nadenk.
Stiekem had ik op een hert gehoopt. Geen gewei te bekennen.
Logisch ook. Als ik een hert was, zou ik ook een ander bos hebben opgezocht. Twee vrouwen die iedere drie meter "AU!" roepen, verstoren behoorlijk de natuurlijke rust.
Mijn hersenen vinden het blijkbaar tijd voor Ik heb het potje met vet. Ik onderdruk de neiging om mee te zingen. Nina doet daarentegen geen enkele moeite om zich in te houden. Haar stem galmt op de melodie van Ramses Shaffy door het bos: We zullen doorgaan, met het zweet op ons gezicht.
Met hernieuwde moed klauter ik over een boomstam en waad door een modderpoel. Heel even voel ik me een bosnimf. Een bosnimf met twee linkervoeten.
Ik verstijf als ik op iets scherps stap.
Wat is dat? Een glasscherf? Een spijker? Een vergeten souvenir van een vorige wandelaar?
Voorzichtig til ik mijn voet op.
Niets.
Nina ligt dubbel.
Ik iets minder.
Na nog een kwartier waarin ik me afvraag waarom ik ooit vrijwillig mijn schoenen heb uitgetrokken, hoor ik Nina de verlossende woorden roepen: "Stoelen in zicht!"
"Voel jij je al één met de natuur?" vraagt Nina.
Ik knik richting mijn cappuccino.
"Met deze wel."
Die avond smeer ik mijn voetzolen in met een royale laag crème. Ineens begrijp ik waarom dat liedje door mijn hoofd spookte.
Op blote voeten het bos in?
Voor mijn innerlijke rust trek ik tegenwoordig gewoon stevige wandelschoenen aan. Die gaan pas thuis weer uit, voor een voetenbadje.
©Sophie Dijkgraaff

