“Gaat het, mevrouw?”
Een man buigt zich over me heen.
"Ja... volgens mij wel."

Bloed druppelt van mijn kin en uit mijn oor op mijn hagelwitte T-shirt. In mijn linkerbroekspijp verschijnt een rode vlek. 
Verdikkeme. Dat shirt was nieuw.
Naast me ligt de boosdoener: de stalen buis van een bussluis. Zonder één schrammetje.
"Ik bel een ambulance."

Tegenstribbelen leek me geen goed plan. Bovendien ontbrak de energie. Ondertussen lag ik precies op de plek waar de bus graag wilde rijden. De chauffeur keek mijn kant op. De passagiers ook. Ik houd best van aandacht, maar alleen als ik er een beetje patent uitzie.

Nog geen kwartier eerder fietste ik ontspannen richting Appie voor aardbeien en croissants. Nu lag ik op een brancard, loeide de sirene boven mijn hoofd en beantwoordde ik vragen.
“Welke dag is het?”
“Bent u buiten bewustzijn geweest?”
“Waar heeft u pijn?”

Op de EHBO begon het vragenrondje opnieuw. Daarna volgden een CT-scan, röntgenfoto's en zoveel ritjes door de ziekenhuisgangen dat ik de route naar Radiologie inmiddels beter kende dan die naar de Albert Heijn.

Ruim twee uur later was de diagnose duidelijk. “Uw kaakkopje is gebroken. Veertien dagen zacht eten.” Met een verbonden knie, een tetanusprik, een antibioticakuur in mijn tas en meer informatie dan ik op dat moment kon verwerken, schuifelde ik naar buiten. Mijn vriend zat voor zijn werk aan de andere kant van het land. Te ver voor een snelle reddingsactie. Nina nam haar telefoon niet op. Dat schoot ook niet op. 

“Bloedt u nog?” De taxichauffeur keek me onderzoekend aan. 
“Nee, hoor,” piepte ik, bang dat hij me anders niet meenam.
“Kom dan maar. Heeft u geld bij zich?”
“Ja.”

Nog voordat we de parkeerplaats af waren, zette hij Spotify aan. Keep on Running, Keep on Hiding klonk door de auto. De chauffeur zong vrolijk mee met The Spencer Davis Group. Met één hand hield hij het stuur vast, met de andere knipte hij mee op de maat. Zijn stem won langzaam aan zelfvertrouwen. Even later klonken de eerste pianoklanken van Fats Domino’s Blueberry Hill. Ondanks de pijn die door mijn lichaam schoot, kon ik niet anders dan ook meezingen. Het voelde surrealistisch. 

“Ik ben blij dat je weer straalt,” zei de chauffeur.
“Bedankt voor het concert,” antwoordde ik met een glimlach.
Mijn geld wisselde van eigenaar, waarna ik huiswaarts strompelde. 

Samen met mijn buurman haalde ik mijn fiets op van de plek waar ik hem had achtergelaten. Inmiddels staat hij weer veilig in de schuur. De bussluis en ik houden voorlopig even afstand. 

🎼Nieuwsgierig naar de muziek die de chauffeur draaide? Klik op de titels en luister mee.

© Sophie Dijkgraaff

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.