Het moet anders. Geen televisie meer in bed. Geen talkshows waarin drie mensen tegelijk hun gelijk uitventen en elkaar overschreeuwen. Ik trek het dekbed strak, klop mijn kussen op en wacht op Klaas Vaak alsof hij een pakketbezorger is die elk moment kan aanbellen.
Hij blijft weg.

Over op plan B. Slaapmeditatie. Een kabbelend muziekje met klankschalen en tjilpende vogels die hier nooit vliegen, vult de kamer. Dan klinkt de stem van een yogadocente. Zacht, warm, licht hees. Ze bedankt me dat ik heb gekozen voor háár meditatie en wijst subtiel op haar online programma. Natuurlijk.

Ga comfortabel liggen,” zegt ze.

Ik schuif met mijn heup tot het hoeslaken niet meer plooit onder mijn dij. Buiten scheurt een scooter voorbij, ergens in het stadsbos klinkt een gil. De meditatiegids ademt in. Ik adem mee. In door de neus. Uit door de mond. Mijn borstkas rijst braaf op en neer.

Ze stuurt me langs mijn tenen, mijn enkels, mijn knieën. Nog voor ze bij mijn kruin aankomt, zit ik mentaal op kantoor. Ik open een spreadsheet. Ik herschrijf een mail maar dan beter. Veel beter. Ik voer een gesprek dat ik morgen moet voeren.

Richt je aandacht op je grote teen, je tweede teen, derde teen…”

Mijn tenen voelen niets. Mijn hoofd maakt overuren.
O ja, morgen de tandarts. Niet vergeten te vragen naar die kies linksachter die bij alles wat koud is onmiddellijk protesteert.

Voel je rechterenkel. Voel je linkerenkel.”
Morgen ook de kapper bellen. Ik lijk wel een grobbebol.

Visualiseer een tuin vol prachtige bloemen. Een geheime tuin alleen voor jou.”
Dat klinkt eenzaam. Ik tover Nina mijn vriendin naast me. We zitten op een houten bankje. De thee dampt. Ik hoor bijen zoemen. Ik ruik vers gemaaid gras. 

Kom terug in je lichaam,” dringt de slaapfluisteraar aan. “Voel de sensaties in je tenen. In je vingers.”

Ik wiebel met mijn tenen. Niets. Zelfde voor mijn vingers. Even gluur ik naar mijn telefoon. Het licht snijdt door de donkere kamer. Op het scherm verschijnt een melding: Wij hopen dat je slaapt. Anders kun je de timer verlengen.

Hoe optimistisch.

Zo verlopen een paar avonden. Ik lig. Ik adem. Ik verbeter gesprekken die al voorbij zijn en bereid gesprekken voor die misschien nooit komen. De yogadocent blijft onverstoorbaar mijn lichaamsdelen afwerken.

Tot ik op een nacht wakker schrik van stilte. Geen klankschaal. Geen instructie. Alleen het zachte gezoem van de koelkast in de woonkamer en het ritmische tikken van de regen tegen het raam. Mijn bril is van mijn neus gezakt, ik proef nog een vleugje munt van de tandpasta. Ik draai me om. Mijn telefoon ligt roerloos naast mijn kussen.

Blijkbaar ben ik ergens tussen mijn linker enkel en een spreadsheet verdwenen.

Sindsdien reis ik elke avond af naar een tuin zonder oorlog of hol gekrakeel. Een tuin die alleen van mij is. En van Nina.
Iemand moet tenslotte de thee inschenken.

© Sophie Dijkgraaff

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.