Vroeger keek ik zonder blikken of blozen naar detectives waarin de meest gruwelijke moorden werden opgelost. Dokter Nikki Alexander legde in Silent Witness een vrouwenhart op de weegschaal: “Two hundred and fifty grams.” Daarna volgden longen, maag en darmen. Met een scalpel sneed ze alles open en legde het onder de microscoop. Terwijl zij zocht naar kogels, gif of resten van het laatste avondmaal, zat ik op de bank rustig een bakje borrelnootjes weg te knabbelen. Geen centje pijn. Ik keek ongestoord verder.

Nu zap ik al weg nog vóór iemand de eerste borstkas opent. Ik weet inmiddels hoe zo'n avond anders afloopt. 

In het donker lijkt zelfs het meest onwaarschijnlijke scenario logisch. Om op mijn balkon te komen heb je eerst een boot nodig. Daarna moet je nog over de balkonrand klauteren. Toch sluit ik die mogelijkheid vlak voor ik in slaap val niet helemaal uit.

Het gekke is, bij vreemde geluiden ga ik nooit kijken.
Nou ja... bijna nooit.

Eén keer heb ik dat wel gedaan. In mijn vorige huis zat een groot raam in de voordeur, met aan de binnenkant een gordijn tegen nieuwsgierige blikken.

Na middernacht werd er geklopt. Mijn broer, dacht ik. Op weg naar huis na een avondje stappen.

Dus ik schoof het gordijn opzij …
...stond daar een wildvreemde man. Met een schaatsmuts op.
Midden in de zomer.
Ik deed het gordijn dicht.
Meteen.

Sindsdien weet ik één ding zeker: als er ’s nachts iets tikt, kraakt of piept, blijf ik lekker liggen. Mocht het noodlot besluiten binnen te komen, dan treffen we elkaar vanzelf wel.

Je begrijpt nu wel waarom dokter Nikki Alexander inmiddels is ingeruild voor de heerlijk kneuterige detectiveserie Grantchester.

Daar slaap ik beter op.

© Sophie Dijkgraaff

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Een cookie is een eenvoudig klein bestandje dat met pagina’s van deze website wordt meegestuurd en door uw browser op uw harde schrijf van uw computer wordt opgeslagen.