Een opruimbui meldt zich bij mij altijd ruim vóór de koffie: midden in de nacht. Dan lig ik in bed en bedenk ineens dat ik eindelijk die kast eens moet aanpakken. Niet morgen. Nu. In gedachten sorteer ik alvast stapels, gooi rigoureus weg en bouw opbergsystemen waar Marie Kondo van zou gaan hyperventileren. Tegen de tijd dat buiten de zon opkomt, heb ik alles perfect op orde gebracht. Ik draai me nog eens tevreden om en denk: straks begin ik echt.
Tegen het einde van de ochtend trek ik de kastdeuren open. Meteen slaat de geur van oud plastic en vergeelde cassettehoesjes me tegemoet. Stapels bandjes schuiven piepend over elkaar heen. TDK. BASF. Maxell. Op de hoesjes staan artiestennamen in kinderlijk handschrift gekrabbeld.
Helemaal achterin ligt een cassetterecorder. Grijzig ding. Dikke stoflaag erop. Vergeten blijkbaar. Nieuwsgierigheid wint het van de opruimdrift.
Bandje één: een krakerige opname van de Top 40 uit de tijd dat Veronica nog op zee dobberde. Mijn zus en ik zaten vroeger iedere vrijdagmiddag naast de radio, schouder aan schouder, vingers zwevend boven de opnameknop. Alles draaide om timing. De aan- en afkondigingen mochten er niet tussendoor glippen. Net als de dj.
Ik druk op play.
“Veronicáááá…”
De jingle overstemt de stem van Bob Marley en klinkt alsof iemand enthousiast door een megafoon in een visafslag staat te schreeuwen. Onze timing bleek toen toch iets minder feilloos dan wijzelf dachten.
Bij bandje drie begint het apparaat te kreunen. Niet dramatisch, eerder alsof het er klaar mee is maar beleefd wil blijven. Daarna stilte. Ik druk op eject. Het klepje geeft een fractie mee, verder niets. Nog een keer. Weer niets. Pas na wat trekken en peuteren verschijnt de waarheid: de tape zit in een keurige harmonica in de buik van het apparaat.
Mijn hand gaat automatisch op zoek naar een potlood. Sommige reflexen slijten niet. Even later draai ik voorzichtig aan het wieltje terwijl het bruine lint slap langs mijn vingers hangt, als te ver doorgekookte tagliatelle. Precies zoals vroeger.
Alleen zit er nu iemand met een leesbril op de grond te vloeken. Ik dus.
©Sophie Dijkgraaff

