Zoals altijd verscheen hij op een moment dat hij niet welkom was. Mijn roze olifant, in een van zijn varianten. Dat beest is net zo irritant als een oorwurm. Hij komt binnen en blijft minstens een dag. Soms pakt hij zijn koffer uit om weken te blijven. Zonder iets te zeggen. Zonder zich te verontschuldigen.

De momenten waarop hij zich laat zien, verschillen. Bijvoorbeeld wanneer iemand mij ongelijk geeft. Nu is gelijk geen recept voor geluk, maar toch voer ik in mijn hoofd honderden varianten van hetzelfde verhaal. Ik verbeter mezelf, formuleer scherper en haal er feiten bij die ik op dat moment niet paraat had. In al die versies heb ik gelijk. Altijd.

Ook artsen hebben een bijzonder talent om mijn olifant tevoorschijn te roepen. Zinnen als: Maakt u zich geen zorgen, mevrouw Dijkgraaff,’ werken als een belletje. Gelijk staat het roze gevaarte in de gang.

Het universum helpt graag een handje mee. Precies op het moment dat ik besluit ergens niet meer aan te denken, stuurt het een teken. Een opmerking. Een artikel. Een bericht op sociale media. Iemand zegt precies dát wat ik liever even niet hoor. Dat heet toeval, maar zo voelt het niet. Het voelt georganiseerd. Alsof het vooraf is afgestemd.

Na het bezoek aan de cardioloog voor een lichte TIA, zag ik ineens overal scheve gezichten, bloeddrukmeters en hoorde ambulances met gillende sirenes. Ik dacht zelfs na over een mooie plek op het kerkhof, hoewel ik gecremeerd wil worden. De olifant bleef ondertussen rustig staan. Hij had de tijd.
Rust werd een ambitie.

Na een paar dagen strooide hij nog één keer zijn wat-als-vragen rond en verdween.
Ik miste hem geen moment. Daar dacht de lanterfant anders over.

Afgelopen week voerde ik tijdens de koffiepauze een onderonsje met een vingertikker over iets wat ik blijkbaar fout had gedaan. Ik besloot de kritiek te negeren. Niets zeggen. Rustig blijven. Ademhalen.
Dat hield ik precies twee zinnen vol.

Mijn weerwoord kwam aarzelend op gang en ontspoorde vervolgens volledig. Alles wat ik had opgekropt, kwam eruit. De interne storm die ik zo zorgvuldig had proberen te dempen, stroomde als lava naar buiten. Mijn wangen gloeiden.

Precies op dat moment kwam hij weer binnen.

Mijn roze olifant.
Hij zei niets.
Hij ging zitten.
Hij had geen haast.

© Sophie Dijkgraaff